
Coping mechanisme
Coping mechanismen zijn strategieën die mensen gebruiken om met trauma, stress, moeilijke emoties of uitdagende situaties om te gaan. Deze mechanismen kunnen bewust of onbewust worden ingezet en variëren van gezond en constructief tot ongezond of destructief. Ze zijn vaak aangeleerd en kunnen veranderen afhankelijk van de situatie of de persoon. Je zou kunnen zeggen dat ze een beschermingstactiek zijn om je te beschermen tegen psychologische of emotionele schade, zelfs als ze niet altijd op lange termijn effectief of gezond zijn.
Hoe coping mechanismen beschermen
1. Emotionele bescherming:
Coping mechanismen zoals ontkenning, rationalisatie of humor zorgen ervoor dat een persoon niet direct wordt overspoeld door negatieve emoties.
Bijvoorbeeld: Bij verlies kan iemand in eerste instantie “doen alsof het niet waar is” (ontkenning) om de impact in kleine stappen te verwerken.
2. Fysieke bescherming:
Het lichaam kan reageren met fight-or-flight-coping (vechten, vluchten, of bevriezen) om fysieke dreigingen af te wenden.
Bijvoorbeeld: Stressreacties verhogen de alertheid, zodat iemand sneller kan reageren op gevaar. Als je niet kan vechten of vluchten (dat zie je vaak bij kinderen) dan komt het mechanisme bevriezen.
Ook een mooi voorbeeld is die van de natuur. Sommige dieren bevriezen waardoor ze dood lijken. Wanneer het gevaar dan is geweken schudden zij de stress van hun lichaam af en vervolgen ze hun route.
3. Sociale bescherming: Mensen gebruiken strategieën zoals steun zoeken of zichzelf aanpassen aan de groep om sociale acceptatie te behouden en afwijzing te vermijden.
Bijvoorbeeld: Een kind dat faalangst ervaart, kan perfectionistisch gedrag ontwikkelen om waardering te krijgen.
4. Zelfbeeldbescherming:
Mechanismen zoals projectie of zelfverdediging beschermen het ego. Bijvoorbeeld: Iemand die zich onzeker voelt, kan een ander de schuld geven om zichzelf beter te voelen.
Gezonde vs. ongezonde bescherming
Gezonde coping mechanismen (zoals het zoeken van steun, het oplossen van problemen of mindfulness) helpen iemand om op een constructieve manier stress te verwerken. Ze bieden zowel op korte als lange termijn bescherming.
Ongezonde coping mechanismen (zoals vermijding, middelen gebruik of agressie) beschermen vaak tijdelijk, maar kunnen op lange termijn schade veroorzaken. Ze lossen het onderliggende probleem niet op en kunnen de stress verergeren.
Bescherming bij HSP en kinderen
Voor hoog gevoelige mensen (HSP) en kinderen kan een coping mechanisme extra belangrijk zijn als bescherming tegen overprikkeling of emotionele pijn.
Ze gebruiken vaak tactieken zoals terugtrekken of het vermijden van drukke situaties om zichzelf te beschermen.
Met begeleiding kunnen zij leren om gezondere manieren in te zetten, zoals emoties benoemen of creatieve expressie gebruiken om spanning los te laten.
Coping mechanismen zijn een natuurlijke beschermingsstrategie, maar het is belangrijk om te kijken of ze ook op lange termijn ondersteunend zijn.
Soorten coping mechanismen
1. Actieve coping mechanismen (gezond):
Probleemgericht: Direct aanpakken van de oorzaak van stress, zoals een taak plannen of een conflict oplossen.
Emotiegericht: Omgaan met de emoties die een situatie oproept, zoals praten met een vriend of meditatie.
2. Passieve coping mechanismen (minder gezond):
Vermijding: Het probleem negeren of uitstellen, zoals afleiding zoeken door overmatig tv-kijken of scrollen op je telefoon.
Ontkenning: Doen alsof het probleem niet bestaat.
3. Destructieve coping mechanismen:
Vluchten in verslavingen: Overmatig gebruik van alcohol, drugs of andere middelen.
Agressie of schuldprojectie: Boos worden op anderen in plaats van het probleem zelf aan te pakken.
Coping bij kinderen
Bij kinderen kunnen coping mechanismen zich op verschillende manieren uiten, afhankelijk van hun leeftijd en persoonlijkheid.
Gezonde coping: Tekenen, spelen, praten met een vertrouwde volwassene.
Minder gezonde coping: Driftbuien, terugtrekken of lichamelijke klachten zoals buikpijn zonder medische oorzaak.
HSP en coping mechanismen
Hooggevoelige personen (HSP), en vooral kinderen, hebben vaak meer tijd en ruimte nodig om emoties te verwerken. Ze kunnen gevoeliger zijn voor stress en negatieve ervaringen, waardoor gezonde coping mechanismen extra belangrijk zijn. Methoden zoals mindfulness, lichaamsgerichte oefeningen en ademhalingstechnieken kunnen helpen om hun emoties te reguleren.
Dit gebeurt er in het lichaam bij een bepaald coping mechanisme.
Wanneer een coping mechanisme wordt ingezet, treden er diverse reacties op in het lichaam, die grotendeels worden gestuurd door het autonome zenuwstelsel (sympathisch en parasympatisch). Het soort reactie hangt af van het coping mechanisme en de situatie. Hieronder een overzicht van wat er in het lichaam gebeurt bij een aantal verschillende soorten coping:
1. Vlucht-of-vechtmechanisme (stressreactie)
Bij actieve, probleemgerichte coping of vermijding:
Het sympathische zenuwstelsel wordt geactiveerd.
Adrenaline en cortisol worden vrijgegeven door de bijnieren.
Lichamelijke effecten: verhoogde hartslag, versnelde ademhaling, verhoogde spierspanning, en een toename van glucose in het bloed om snel energie te leveren.
Dit mechanisme helpt bij actie (zoals een probleem aanpakken), maar langdurige activering kan schadelijk zijn (bijv. chronische stress).
2. Ontspanning en herstel (bij gezonde emotiegerichte coping)
Bij gezonde methoden zoals mindfulness, ademhalingsoefeningen of praten over emoties:
Het parasympatische zenuwstelsel wordt geactiveerd.
Het lichaam schakelt over naar een toestand van rust en herstel.
Cortisolniveaus dalen, de hartslag vertraagt, en de ademhaling wordt dieper.
Lichamelijke effecten: ontspanning, betere spijsvertering, een versterkt immuunsysteem en herstel van beschadigde cellen.
3. Vermijding of ontkenning
Bij passieve coping mechanismen, zoals het negeren van problemen:
Het lichaam kan in een subtiele staat van stress blijven, omdat de onderliggende spanning niet wordt opgelost.
Mogelijk blijven cortisol en adrenaline licht verhoogd, wat kan leiden tot klachten zoals gespannen spieren, hoofdpijn of vermoeidheid.
Soms zet het lichaam een freeze-reactie in: lage energie, minder beweging en een soort gevoelloosheid.
4. Destructieve coping
Bij destructieve strategieën zoals woede-uitbarstingen of vluchten in middelen zoals bijvoorbeeld alcohol,drugs gebruik:
Het lichaam ervaart pieken van stresshormonen (zoals adrenaline).
Vluchten in middelen gebruik kan tijdelijke verlichting geven, omdat het beloningssysteem (dopamine) wordt geactiveerd.
Echter, het lichaam ervaart op lange termijn meer stress door de schadelijke gevolgen, zoals uitputting van bijnieren of schade aan organen.
Bij kinderen met HSP
Overprikkeling: Bij een moeilijke situatie kan het lichaam sneller in een hyperactieve staat schieten (vlucht/vecht/bevriezen).
Kinderen met gezonde coping leren het parasympatische systeem te activeren door methoden zoals ademhalingsoefeningen, beweging of creatieve expressie.
Ongezonde coping kan bij HSP-kinderen leiden tot buikpijn, hoofdpijn of vermoeidheid door aanhoudende spanning.
Wanneer ontwikkel je welke mechanisme?
En is dit leeftijdsgebonden
Het ontwikkelen van coping mechanismen hangt samen met biologische, psychologische en sociale factoren. De ontwikkeling ervan begint in de vroege kindertijd en wordt beïnvloed door leeftijd, omgeving, persoonlijkheid en eerdere ervaringen. Hier is een overzicht van hoe en wanneer coping mechanismen ontstaan.
Baby’s en peuters (0-3 jaar)
Baby’s en peuters hebben nog geen bewuste coping mechanismen. Ze reageren reflexmatig op stress, zoals huilen, wegkijken of fysieke bewegingen (zoals schoppen).
Ze vertrouwen volledig op hun verzorgers voor regulatie, zoals troosten, wiegen of praten.
Veilige hechting in deze fase helpt bij het ontwikkelen van gezonde coping later. Inconsistente verzorging kan leiden tot onveilige hechting en latere ongezonde mechanismen, zoals bijvoorbeeld vermijding.
Voorbeeld situatie:
Een ouder die emotioneel niet aanwezig is voor zijn kind. Doordat de ouder zelf bijvoorbeeld ook een afwezige ouder heeft gehad.
Kleuters (3-6 jaar)
Kinderen leren basisstrategieën zoals zelftroost (knuffels gebruiken, zichzelf wiegen) en afleiding zoeken (spelen). Ze beginnen emoties te benoemen, al is dit vaak nog beperkt.
Emotieregulatie: Ouders en verzorgers spelen een grote rol door emoties te benoemen en te erkennen. Dit helpt bij het ontwikkelen van gezonde emotiegerichte coping.
Gebrek aan emotionele steun kan leiden tot vermijdende of agressieve coping strategieën, zoals driftbuien of terugtrekken.
Schoolgaande kinderen (6-12 jaar)
Kinderen worden beter in probleemgerichte coping. Ze leren oplossingen bedenken voor problemen en hulp vragen bij stress.
De invloed van leeftijdsgenoten en schoolomgeving groeit. Kinderen leren sociale coping, zoals steun zoeken bij vrienden of samenwerking.
Onzekerheid of faalangst kan leiden tot ongezonde coping zoals perfectionisme of zich terugtrekken. Hoog gevoelige kinderen kunnen gevoeliger zijn voor negatieve feedback, waardoor zij eerder vermijding ontwikkelen.
Tieners (12-18 jaar)
Tieners krijgen een breder scala aan coping strategieën. Ze worden bewuster van zichzelf en anderen en experimenteren met verschillende mechanismen.
Hormonale veranderingen, sociale druk en groeiende onafhankelijkheid spelen een grote rol. Tieners kunnen risico’s nemen als een manier om stress te ontladen, zoals rebelleren of middelengebruik.
Ondersteuning en voorbeeldgedrag van ouders, leraren en vrienden helpt bij de ontwikkeling van effectieve gezonde coping.
Volwassenheid (18+ jaar)
Coping mechanismen worden verder verfijnd door levenservaring. Volwassenen gebruiken vaker probleemgerichte coping en leren beter omgaan met complexere emoties.
Coping mechanismen die in de kindertijd zijn ontwikkeld, kunnen op volwassen leeftijd nog functioneel zijn. Mensen met gezonde mechanismen hebben vaak meer veerkracht; anderen kunnen vastzitten in ongezonde patronen zoals vermijding of controle. Ook zie je vaak dat sommige situaties die coping mechanisme weer triggeren.
Een voorbeeld uit de praktijk:
Een kind groeit op in een omgeving waarin ouders soms zeer liefdevol en attent zijn, maar op andere momenten afwezig, afwijzend of onvoorspelbaar reageren op de behoeften van het kind.
Voorbeeldgedrag dat het kind mee krijgt:
De ouder troost het kind soms direct bij verdriet, maar negeert het op andere momenten of reageert geïrriteerd.
Belangrijke routines, zoals eten of slapen, worden de ene dag strikt gevolgd en de andere dag volledig losgelaten.
Het kind weet niet wat het kan verwachten; de ene keer krijgt het een knuffel als hij/zij aandacht vraagt, en de andere keer wordt hij/zij afgewezen of bekritiseerd.
Gevolg: Het kind kan moeite krijgen met vertrouwen en regulatie van emoties, omdat het geen stabiele basis heeft geleerd waarop het kan bouwen. Hij/zij leert bijvoorbeeld niet goed hoe hij/zij steun kan zoeken, wat kan leiden tot vermijding of angstig gedrag in stressvolle situaties en dit kan zich in het volwassen leven nog steeds op die manier manifesteren.
Coping mechanismes zijn een mooi beschermingssysteem op het moment dat het nodig is, maar kan ook in de weg zitten bij het dagelijkse leven.
Heb jij of je kind het gevoel hier last van te hebben in het dagelijks leven, bericht mij dan en ik kijk wat ik voor jullie kan betekenen.
Warme groet,
Louise
Contactgegevens
Het Groot(e) Bewustzijn
Refter 1, 1613 EP Grootebroek
T 06 – 30 52 87 97
E info@hetgrootebewustzijn.nl
W www.hetgrootebewustzijn.nl
KvK 90858360

“Ik val als CAT-collectief therapeut onder Wkkgz-klachtrecht en tuchtrecht bij de Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten (GAT). GAT is een rijks erkende en volledig onafhankelijke Wkkgz geschillencommissie. Voor meer informatie over mijn klachtenregeling zie: https://gatgeschillen.nl/“
“Ik werk als CAT-therapeut volgens de richtlijnen van de GAT-beroepscode. Voor meer informatie zie: https://gatgeschillen.nl/beroepscode/”
Het Groot(e) Bewustzijn is vrijgesteld van B.T.W.